Overzicht

Geboren: Groningen, 3 september 1967
Actief als: Componist, Muziekjournalist, Muzikant, Programmeur, Tekstdichter

Zoek in site

U bent hier: Home Personen Peter van der Heide

Peter van der Heide

De hedendaagse, riant te noemen muziekcollectie van Peter van der Heide, begint met platen van bands als Abba, The Bee Gees, Supertramp en Fleetwood Mac, die hij overkoopt van z’n neef. Peter begint vanaf z’n tiende jaar ook The Beatles interessant te vinden. "Die vier jongens met gitaren die liedjes maakten, dat vond ik wel wat hebben. John Lennon werd in die tijd doodgeschoten, dat raakte me. Mensen om me heen zeiden dat het toch maar een nozem was, maar mij fascineerde hij." Op z’n twaalfde wonen de Van der Heides in Vinkhuizen. Peter gaat naar de middelbare school, en begint samen met twee jongens een bandje: 'The Sticks'. Met een zelfgemaakt drumstel van wasdozen, een Spaanse gitaar en een nepgitaar van een stuk hout en wat touwtjes, repeteren ze in de kelder onder de flat, waar het vaak aankomt op vechtpartijtjes wie de Spaanse gitaar mag vasthouden. Spelen kunnen de jochies niet. Wel ontstaat er een eerste nummer: 'Razende Roeltje'. Via de soos van de Regenboogkerk komt Peter in contact met een jongen, Rients Alberts, die goed gitaar kan spelen en fan is van Bob Dylan. Van deze jongen steekt Peter veel op. Hij begint liedjes te spelen van Lloyd Cole and The Commotions en The Fatal Flowers. Bij de jeugdsoos van de kerk in Paddepoel komt Walter van der Munnik om de hoek kijken en gaat samen met de twee jongens spelen. Ze oefenenen in de kerk en in de kleedkamer van de scheidsrechters van de Oranje Nassau-voetbalclub, waar Peter’s vader lid van is.

Windischgrätz

In 1986 gaat Peter journalistiek studeren in Kampen. In die periode begint hij in bandjes te spelen met Groningen als thuisbasis. Zijn eerste band Windischgrätz, waarvan de naam afkomstig is uit een boek van Simon Vestdijk, maakt aanvankelijk Nederlandstalige pretpunk, met Van der Heide als zanger/gitarist. Het eerste demootje van Windischgrätz is getiteld: Wilt Gij een Presentje? Het hoogtepunt uit die tijd is een optreden in ’t Ukien te Kampen, waarna de bassist besluit te stoppen met de band. Een vervangende bassist wordt gevonden in de persoon van Inge Melsen. De komst van Melsen rond 1989 is erg belangrijk voor Windischgrätz. Melsen is geweldig op het podium, draagt korte hippe rokjes en maakt de band aantrekkelijk voor podia om te programmeren. Ook de muzikale stijl verandert. Peter en de zijnen worden op sleeptouw genomen door de band 'Holy Shit', een rockband uit de stad Groningen met iets oudere jongens. Via hen komt Windischgrätz het Groninger circuit binnen. "Met Inge waren we één van de leukste bandjes uit de stad. We konden overal spelen, in de provincie en van Nijmegen tot Amsterdam. De mensen vonden het leuk en er kon van alles." Inmiddels is Peter in 1990 afgestudeerd en moet 18 maanden vervangende dienstplicht vervullen. Van het geld dat hij daarmee verdient koopt hij een elektrische gitaar en een versterker die hij nu nog steeds gebruikt. In 1991 geeft Windischgrätz het singletje Grave uit op Future Music, het label van Ron Overbeek (RTC, Deco Deco, nu o.a. OOG Radio) en Niek Roovers. De single wordt gepresenteerd op de zomermanifestatie Sterren in het Park. "We moesten om 14.00 uur beginnen als jong bandje. Ik zie me er nog naartoe fietsen. Het was buiten, groot podium, de muziek meteen al lekker hard. "Niet te voorzichtig", zal de geluidsman gedacht hebben, zo direct op de zondagmiddag." Een paar weken later is het laatste optreden van Melsen samen met Windischgrätz. De bassiste heeft besloten om The Serenes te gaan versterken, een droom die uiteindelijk nooit uit zal komen. De groep gaat verder met bassist Henk Drent en krijgt een serieuzere inslag. Ze doen in dat jaar mee aan de Pop=Prima prijs, spelen in de voorronde in Winsum en de halen de finale in de Oosterpoort in Groningen. Ze worden derde achter Captain Nemo en Krachmacher en winnen daarmee de Radio Noord aanmoedigingsprijs. "Daar zal Radio Noord blij mee zijn geweest, want Krachmacher was tweede en die wilden ze vast niet hebben, dat was echt crisismuziek", lacht Van der Heide. In 1992 speelt de band nog in het Patronaat in Haarlem met Greg Sage (zanger van The Wipers) en met Moe Tucker (Velvet Underground) in Vera. De grote onbevangenheid uit de tijd van Inge Melsen verdwijnt echter steeds meer en de koek raakt in 1994 tenslotte op. In de tijd van Windischgrätz begint ook Van der Heide’s journalistieke loopbaan. Hij gaat schrijven voor de Drents Groningse Pers. Daar schrijft hij in 1989 zijn eerste recensie over het Vera-concert van één van zijn favoriete bands: The Feelies. Van der Heide krijgt veel vrijheid om te schrijven over popmuziek en doet dit graag. Hij legt hiermee de basis voor een lange carriere als recensent bij wat anno 2010 het Dagblad van het Noorden heet.

Noorderslagting

Het laatste optreden van Windischgrätz vindt plaats tijdens Noorderslagting 1994, de tegenhanger van EuroSonic Noorderslag. Noorderslagting wordt georganiseerd door Peter van der Heide en Eddy Koekkoek, om de Groningse bands die niet op Noorderslag te zien zijn de mogelijkheid te geven zich in de kijker te spelen op de vrijdag vóór Noorderslag, als de bobo's toch al in de stad zijn. Noorderslagting is ook een statement naar de festivalorganisatie en het initiatief maakt een discussie los over de rol van de Groningse acts op Noorderslag. Het festivalletje vindt in 1993 en 1994 plaats in Huize Maas. Er zijn twee podia, eigenlijk net als later tijdens EuroSonic. Het is een groot succes en het festival heeft ook effect: Sexy Dex mag bijvoorbeeld naar aanleiding van dit optreden een single gaan opnemen. Na twee jaar wordt Noorderslagting echter, net als Noorderslag te populair, waardoor ook Noorderslagting veel Groningse bands moet gaan afwijzen. De organisatie van Noorderslag heeft dan inmiddels wel interesse gekregen in het concept van Noorderslagting en neemt het in 1995 over. Peter van der Heide en Eddy Koekkoek zijn dan nog maar zijdelings betrokken. De naam Noorderslagting verandert in Euroslagt en hoewel de Groningse inbreng nog steeds groot is, zien we hier de eerste versie van het grote Europese showcasefestival EuroSonic Noorderslag.

The Weanietots

In de loop van de jaren negentig speelt Van der Heide ook in de spraakmakende flauwekulband The Weanietots. Deze groep - rond bekende gezichten uit de stad - is heel slecht en dat vinden bepaalde mensen heel leuk. Er wordt niet of amper geoefend. Wanneer het te goed klinkt, krijgt de band kritiek. The Weanietots geven zelfs nog een optreden in The Pit's, een legendarische tent in het Vlaamse Kortrijk. De band speelt verder veel in de stad, zoals in Huize Maas waar ze ter gelegenheid van De Vrije Hand nummers van Daniel Johnston spelen met als gasten Peter Visser (van Bettie Serveert, De Artsen) en Joost Visser (De Artsen). In 1993 geeft de band All the way from Unox uit. Dit is een pizzadoos met op de voorkant een gezeefdrukt kunstwerk van Snorkel. De doos bevat ondermeer het Weanietots kwintetspel, bestaande uit zelfgemaakte tekeningetjes, 4 cassettebandjes met live-optredens en een t-shirt. De dozen gaan als warme broodjes over de toonbank zodat er een tweede oplage gemaakt moet worden. De tweede uitgave van de Weanietots behelst een mooie genummerde box op het label van Fred Cole, voorman van Dead Moon (sinds jaar en dag een Vera-favoriet). Een box met allerlei frutsels en flauwekul en een bizarre schriftelijke aanbeveling voor de band van deze Dead Moon man. The Weanietots spelen ook nog in het voorprogramma van, hoe kan het ook anders, Dead Moon.

Wishing Tree

Vanaf 1991 speelt Peter gitaar in Wishing Tree. Waar Windischgrätz ("ik was de enige die echt aan de kar trok", aldus Van der Heide) soms iets te vrijblijvend was voor de bandleden, is Wishing Tree wel een bijzonder actieve groep. Bert Volmer zingt en schrijft korte, snelle popliedjes. Ook de tijd met Wishing Tree is erg mooi voor Van der Heide. In 1995 krijgt drummer Bert Zengerink sjans met een Italiaans meisje. Zij kent de Italiaanse eigenaar van muzieklabel 'Musica Romantica' en laat de man, Allessandro genaamd, een demootje van Wishing Tree horen. Allessandro denkt meteen het Groningse antwoord op Bettie Serveert te hebben gevonden en nodigt de band uit om op zijn kosten een plaat op te komen nemen in Turijn. "We wisten helemaal niks van die kerel, maar we wilden wel naar Turijn." Aangezien Case niet mee wilde, vroegen ze Henk Drent om in te vallen en namen de Groningse producer Edwin Heath mee. "We zaten twee weken lang in een appartement van een stel, de studio zat in het centrum aan een plein. Als we klaar waren met opnemen lieten we ’s avonds wat flessen wijn vullen, zaten wat op het plein meisjes te kijken en als de wijn op was, gingen we naar bed. De volgende dag gingen we weer naar de studio. Het was een mooi avontuur." De plaat zou uitkomen op het label van de Italiaan, maar na het vertrek van de band uit Turijn, horen ze nooit meer iets van Allessandro, wat niet betekent dat de plaat niet verschijnt. Edwin Heath is zo slim geweest om, na de opnameperiode, een kopie van de opnames mee te nemen. Het Nederlandse label GAP (van Konkurrent) brengt het album uit in een oplage van 1000. Naar aanleiding van dit album staat Wishing Tree onder meer in het voorprogramma van The Lemonheads in Vera en Grant Hart (Hüsker Dü) in Nijmegen en Haarlem. De band krijgt positieve landelijke reacties maar nauwelijks airplay. Wel geeft Wishing Tree veel concerten in het land (bijvoorbeeld samen met The Cords). Na verloop van tijd gaat de samenwerking niet meer zo best. Bert, de gitarist, schrijft hoofdzakelijk de nummers. De manier waarop verandert, waardoor de ruimte voor Peters gitaarspel kleiner wordt. "Op een gegeven moment hadden we besloten om er dan maar mee te stoppen, dus dat deden we. Een week later kwam ik erachter dat de boys gewoon met z'n drieën waren doorgegaan. Dat was m'n tweede jeugdtrauma", lacht Van der Heide.

Whipster

Tijdens Wishing Tree begint Peter te spelen met drummer Marinus de Lange. Zo wordt, als duo, de band Whipster geboren. Oudgediende Henk Drent wordt gevraagd als bassist en zo kan Whipster van start. Desalniettemin moet Whipster toch nog vier jaar zoeken naar een vorm. "Ik vond het tijdens Wishing Tree steeds moeilijker worden om in dienst te spelen van iemand die een gevoel vertolkt en sfeer met zich meebrengt die niet de mijne is. Ik wilde het op mijn manier doen en ik had een 'take it or leave it' mentaliteit. In het begin van Whipster waren we helemaal niet pretentieus, we stonden soms tijdens een optreden ter plekke nummers te bedenken. Of we zetten een plaat op van bijvoorbeeld John Lennon (Unfinished Music) en dan speelden we er gewoon doorheen." Via Paul Schwarte komt Whipster in contact met de jongens van platenlabel Rotten Windmill uit Haarlem. Paul Roosenstein, de labelbaas, vindt vier nummers goed en wil ze wel gaan uitbrengen. Rotten Windmill heeft goede connecties waardoor het plaatje bij veel mensen komt te liggen, zodat ze veel live kunnen spelen. Zangeres Carol van Gelder komt via haar vriend Sjors bij de band zingen en hoewel vaak Whipster vaak gezien wordt als een zwaarmoedige groep, maakt de band in die tijd echte popliedjes. Met een optreden op het 'U Hoort nog van Ons'-festival in de Oosterpoort in het verschiet, maakt Van Gelder bekend dat ze gaat stoppen met zingen. Ze vindt het na 2 jaar leuk geweest en heeft geen zin meer in het optreden in de Oosterpoort. Ondertussen speelt Whipster ook al met Rudy Lentze als gastgitarist. Whipster werkt intussen toe naar een eerste plaat en daarvoor wordt Jan Heddema, die ook het eerste singletje heeft opgenomen, aangetrokken. In die tijd gaat het niet goed met Jan, dus enig geduld is vereist. De opnames van de plaat "waar niemand op zat te wachten", beginnen in 1999. "Heddema was indertijd een bekende producer maar steeds minder bands hadden geduld met hem. Wij namen de tijd en namen het zoals het kwam." Zo komt het dat Whipster 3 jaar over de opnames doet. Heddema is, als soort van vierde bandlid, erg nauw betrokken bij de plaat en heeft zeer uitgesproken ideeën. "We namen alles in één keer op en dan moet je maar net het geluk hebben dat je een goede take hebt. We hebben veel aan het moment overgelaten, we keken wel waar het heenging." Wanneer de plaat af is, in maart, overlijdt Jan. Peter gaat aan de slag om de plaat uit te brengen. "Ik was nog meer gedreven omdat alles na Jan’s overlijden zo’n bizarre wending had gekregen." Label My First Sonny Weissmuller van Konkurrent wil de plaat wel uitbrengen, maar waarschuwt meteen dat de jongens er niet teveel van moeten verwachten. En ineens is 'ie er. De plaat die door OOR in 2002 wordt betiteld als Nederpopplaat van het jaar: Strange. Na OOR’s recensie en het daaropvolgende optreden op Noorderslag gaat het snel. Er wordt veel gespeeld. Dat is prachtig maar het valt niet mee. "Het is met dat soort muziek niet gemakkelijk om op veel plekken te spelen. De boeker zei nog tegen ons dat de jeugd niet zat te wachten op een paar van die ouwe lullen op het podium. Toch was er wel jeugd die zich tot de muziek voelde aangetrokken. Omdat het geen gemakkelijke muziek was, kregen we geen airplay op de Nederlandse radio, ook niet bij de VPRO. De nummers waren te lang. Daar was ik flink pissig om, je wordt uitgeroepen tot Nederpopplaat van het jaar, dan mag je ook wel laten horen wat voor muziek dat dan is." Van Strange worden 800 exemplaren verkocht. Na anderhalf jaar nemen ze afscheid van Marinus en Vincent van de Bijl vervangt hem. In 2004 beginnen ze samen met Erwin Pot aan de opnames van de 2e plaat, met de apparatuur van wijlen Jan Heddema. Ook deze keer worden de nummers weer ontwikkeld in de studio zelf. Het werk is wel minder uitgesponnen en meer liedje-achtig. De plaat Road Apple komt uit in 2005. Deze plaat is minder zwaar op de hand en bevat wat country-invloeden onder meer dankzij de bijdrage van René van Barneveld (ex-Urban Dance Squad) op pedal steel guitar. Na het uitbrengen van de tweede plaat speelt Whipster weer veel, maar na een jaar houdt ook drummer Vincent ermee op. "Het lijkt wel Spinal Tap", aldus Peter. Nieuwe drummer wordt Thomas de Jager, ook bekend van The Serenes en Simmer. We hebben al lang niks meer gehoord van Whipster. "Door omstandigheden is het er nog niet van gekomen om wat fatsoenlijks af te leveren. Het zal wel voornamelijk aan mij liggen. Het is ook geen carrière zeg, mensen hebben kinderen, ze werken, er gebeuren andere dingen in het leven. Je moet er best veel voor doen om een band draaiende te houden op een bepaald niveau. Een plaat maken is best een bevalling. Los daarvan, als je geen ideeën hebt, krijg je ook niks en is het maar een beetje zoeken. Je probeert wat uit maar het is niet meteen een succes." Daarom is het anno 2010 nog steeds wachten op een nieuw album. Intussen speelt Van der Heide mee op allerlei platen en tijdens optredens van andere artiesten zoals The Tranquis, Electric Barbarian, Rudy Lentze, Joyce No Spang, Saro Paradiso en Bill Mensema in een Bob Dylan-revue. Rond 2000 speelt hij nog een tijd in de band Shoegazer samen met o.a. Floris Vermeulen, Rudy Lentze en Harry Arling (o.a. Arling & Cameron). In 2008 speelt hij samen met minimalcomponist Rhys Chatham in het Grand Theatre in Groningen. In 2008 begint hij bandjes te programmeren in het Viadukt. Zijn eerste vangst is The Moi Non Plus, gevolgd door het zeer populaire Daily Bread. En zo staat Van der Heide na meer dan twintig jaar in de Groningse muzikale voorhoede nog midden in de muziek als muzikant, journalist en nu ook weer als programmeur.

Tekst: Anja de Boer/Poparchief Groningen