Overzicht

Geboren: onbekend
Actief als: Muzikant

Zoek in site

U bent hier: Home Personen Johan Raspe

Johan Raspe

Johan Raspe is één van de bekendste stemmen die via RTV Noord tot ons komt.

In 1946 komt hij ter wereld in de St. Jozefstichting van de Willibrorduskerk te Sappemeer. Opgroeiend op ’t Achterdiep en in het Margrietpark is de Roomse Toren een baken in zijn leven getuige de tekst van Sapmeer is aans. Dat is geen schrijffout, zo zeggen de 'Sapmeesters' dat. 'Wie geboren is bij de Roomse Toren weet dat hij te maken heeft met een volk van noeste vlijt, harde werkers', aldus de bard die nog steeds op podia staat.

'Goedemiddag, bent u Andy Gray?' Johan Raspe staat in de deuropening. 'Hoe weet jij dat?' Hij knippert even met de ogen. 'Ja', zegt hij als we op de bank zitten, 'vroeger vond je je eigen naam niet artistiek genoeg, het moest Engels klinken'. Tja, een opvatting uit de sixties.

Zuiver zingen als gebod Zijn muzikale avonturen komen van moederskant. Bientje van der Wijk treedt in de vijftiger jaren voor het voetlicht als operettezangeres bij het cabaretgezelschap De Wyoka’s van Gerard Jonker. De jonge Raspe wil ook gaan zingen. Dat mag, maar moeder eist één ding: zuiver en duidelijk zingen. Het klinkt als een gebod. 'Maar het heeft me wel gevormd', stelt Johan monter vast. Tijdens een wandeling naar school komt hij op ’t Sapmeester hoogholtje (hoge houten loopbrug over het toenmalige Winschoterdiep) Rieks Folgerts tegen. Ze worden vrienden. Als Rieks hem later meeneemt naar huis en zijn zojuist verworven gitaar laat zien is Johan zeer onder de indruk. 'We zaten op de rand van zijn bed en zongen Susie Darling van Robin Luke'. Vanaf ongeveer 1957 worden in het Centrum Theater Milius tussen de films door teenager-shows georganiseerd. Er treden vooral Stad-Groninger bands op. Na het zien van De Dikke en de Dunne ontmoet Johan Raspe Gert-Jan Milius, de zoon van de eigenaar. Deze speelt in het bandje The Cocktail Brothers met Albert Pol en... Rieks Folgerts. Het is dan 1960. Ze spelen skiffle, met wasbord en een theekistbas. Johan: 'Het ging onmiddellijk door mij heen; daar wil ik bij staan'. Dat duurt echter nog tot de periode Uloschool. Na een feestavond, die Johan daar organiseert, komt Hans Kegener in zijn leven. Diens Indische achtergrond zorgt voor een andere kijk op de dan heersende popmuziek. De Indorock is sterk in opkomst. Johan: 'Ik herinner me nog heel goed de snelle overgang van de 'oude' dansorkesten van Bé Lukje en Evelyn Novacek naar de rock-’n-roll orkesten'. Er komt strijd van. Musici van bijvoorbeeld The Blue Heaven combo en het Noorder Ballroom-orkest vinden het geen echte muziek. Raspe grinnikt: 'Maar er kwam onherroepelijk een andere sfeer in de danszalen'.

Jerry and the Vampires In 1962 vraagt Gerry Aoys uit Borgercompagnie hem te komen zingen in zijn band. De oefenruimte wordt de bioscoopzaal van Milius. De Sapmeester Cliff and the Shadows ziet het levenslicht. Men zint op een nieuwe naam, het wordt uiteindelijk Jerry and the Vampires (niet te verwarren met de in dezelfde periode opererende Vampires uit de Stad-Groninger wijk de Wijert). In de traditionele bezetting van bas-, slag-, sologitaar en drums spelen ze aanvankelijk in de nabije omgeving. Gerry Aoys maakt de blits, want als enige in Noord Nederland bezit hij een uit Amerika ingevoerde Fender (Jaguar) gitaar. Bovendien is hij handig en inventief. Zijn opvatting is dat je het totale geluid beter uit één kast kan laten komen. Hij bouwt vervolgens zelf een box. Concurrerende muzikanten die optredens bijwonen kijken verbaasd, een compact geluid. Johan lacht: 'Ze wisten niet wat er achter zat: drie oude radio’s'. Later, als er wat geld wordt verdient, komt er professioneler apparatuur in huis. Volgens Raspe is er op dat moment nog een orkest in het dorp: The Ventunes. 'Zij waren eerlijk gezegd nog wel wat beter. Dat houdt je natuurlijk scherp.' Dan komt Duitsland in beeld voor Jerry and the Vampires. Ze krijgen een contract in de Babybar te Bergen-Hohne op de Lüneburger heide. Deze horecagelegenheid wordt veelal bezocht door de daar gelegerde Britse militairen. Johan Raspe noemt zich voor de gelegenheid Andy Gray. Het succes is groot, mede door het feit dat men zich niet enkel van Shadows-klanken bedient. Ook nummers van groepen met prachtige vocalen zoals The Searchers, The Hollies en The Moody Blues staan op het repertoire. Kortom: de harmonieën worden steeds belangrijker. Het is een drukke tijd, de band reist op en neer tussen Nederland en Duitsland. Raspe krijgt verkering in Bergen-Hohne en gaat er samenwonen. Bovendien gaat hij bij Karstadt een verkoopopleiding volgen. Uiteindelijk vervliegt de liefde ins blauen hinein. Johan: 'Liefdesverdriet is moeilijk te verwerken, maar tegen heimwee valt ook niet te vechten'. Raspe keert terug in het ouderlijk huis nabij de Roomse Toren. Folgerts vervult op dat moment de militaire dienstplicht. De andere bandleden haken ook af, vanwege relaties en beroepskeuzes. Het is rond 1966 en PROVO krijgt de overhand. Andere muziek met geëngageerde teksten verdringt de traditie.

The Askay Brothers – een hommage Enige jaren later op een avond in Scheemda, waar ook Eddy Christiani en Anneke Grönloh optreden, zingen Johan en Rieks als de Johrie Brothers repertoire van de ongekend populaire Blue Diamonds. In Raspe’s omvangrijke audiotheek bevinden zich foto’s van dit evenement. Succes verzekerd, maar als zij later bij cafetaria Heikens in Sappemeer The Everly Brothers via de jukebox leren kennen weten ze zeker dat dit de stemmen zijn die bij hen passen. Ze oefenen op Bye Bye Love en natuurlijk Wake Up Little Susie. Het is de kiem van het latere succes. De aanleiding is het reünieconcert van Don en Phil Everly in 1983 in Londen. De Sappemeersters beluisteren de lp van dat optreden. Ze zijn verkocht. Met bassist Martin Raapis en gitarist John Kruisman proberen ze de sound van de Amerikanen te benaderen. Er volgt een optreden bij 'CV De Ballentrappers'. Het smaakt naar meer en er moet een naam gevonden worden. Men kiest voor de The Askay Brothers. De naam is een deja vu. Ver vóór die tijd zijn het Jan Smallenbroek en Jaap Kuilema uit Hoogezand die onder deze naam optreden, S+K = Askay. Beide heren blijken al vóór 1960 een plaat te hebben opgenomen met het orkest van Addy Kleyngeld: School love/You broke my heart onder de naam John and Jack. Johan Raspe is persoonlijk bij de ouders van Smallenbroek gaan vragen wat zij van het idee vinden om de naam Askay Brothers te gebruiken. Men stemt ermee in onder voorwaarde dat de naam uiteindelijk in het bezit blijft van de familie. Enige tijd later treden de nieuwe Askay Brothers op in hotel Struvé te Sappemeer met begeleiding van het orkest Ellen en de Moodmakers. Later treedt Jan Smallenbroek nog eens met zijn opponenten voor het voetlicht in theater Het Kielzog te Hoogezand. Johan Raspe denkt er met dankbaarheid aan terug.

Bekering Bij het toenmalige Radio Noord volgt de 'bekering' van The Askay Brothers: ze raken enthousiast over het zingen in het dialect. In juli 1984 treden ze met versterking van Kruisman en Raapis op in de Nieuwe PIEPshow met drie Engelstalige nummers. Presentator Engbert Gruben vraagt hen voor het Laidjesfestival in Veendam. Een dilemma: Folgerts is sceptisch. Zingen in z’n moerstaal is nog nooit bij hem opgekomen. Johan is ook niet direct enthousiast, maar geeft tenslotte de doorslag: “ 'Laten we het maar proberen'. Rieks geeft zijn verzet op en muzikant/tekstschrijver Koen Heidema vertaalt So Sad in De Lucht is Gries en Walk Right Back in Kom Trug. Gruben brengt hen vervolgens in contact met Ede Staal die Like Strangers vertaalt als Twij Vremden. Het duo kan de tekst waarderen maar als Staal wat aanpingelt op de piano en met Naargens Beter as Thoes komt, kijken ze elkaar vertwijfeld aan. 'En…', vraagt Staal, 'beetje nuuver (aardig) dit stukje?' Ze beamen Staal’s vraag met: 'We gaan het proberen'. Eenmaal thuis wordt het nummer danig afgekraakt. Het komt vanwege hun onkunde met het dialect. Toch is het nu Folgerts die de doorslag geeft. En zo staan beide heren tenslotte strak in het pak op het Laidjesfestival in Veendam. Het optreden is niet geheel vlekkeloos maar, geoordeeld naar de reactie van het publiek, zijn ze tenslotte toch tevreden. Het brengt Johan Raspe in contact met producer Henk Bemboom die de LP Sapmeer is Aans met hem opneemt. Nog weer later verschijnt, samen met Rieks, de cd Be Bie Boem die geproduceerd wordt door Fries Wolma van de Javelins. In 1988 is het hoogtepunt van hun carrière. Ze worden gevraagd voor een optreden in het voorprogramma van de Everly Brothers in Rotterdam. Tegenwoordig treedt men nog regelmatig op met de Lou Leeuwband. Heeft Raspe ooit nog gedacht aan een verdere uitbouw van de carrière? Het antwoord is 'Nee, niet echt'. Grunnenrock around de torenclock. Zoiets.