Overzicht

Geboren: onbekend
Actief als: Muzikant

Zoek in site

U bent hier: Home Personen Ad Kooi

Ad Kooi

Dit is het interview dat Poparchief-redacteur Gerard Groothuis had met Ad Kooi. Met grote dank aan beiden.

Op mijn veertiende of vijftiende jaar kreeg ik mijn eerste Egmond-bas, die ik op afbetaling had gekocht bij het Noorder Muziekhuis. Ik leerde spelen door met Shadows-platen mee te oefenen, dus vooral door zelfstudie. Ook kreeg ik nog wat les bij de Noorder Muziekschool (Onderdeel van het Noorder Muziekhuis). Ik zeg niet ‘van’, maar ‘bij’ Geert Jager want het stelde niet veel voor. Hier heb ik nog een diploma van. 

Mijn interesse en aanleg voor muziek zijn genetisch bepaald. Mijn vader zat al jaren in de muziek en thuis werd veel naar muziek geluisterd. In principe speel ik alles op het gehoor, gitaarakkoorden zijn mij vreemd. Ik kwam op de Mulo-school in de Violenstraat terecht en hier is het voor mij allemaal begonnen.

In de schoolband speelde ik samen met Willem Ennes (piano, later Solution). We traden op voor de jaarlijkse schoolavond. Ik ging al snel van de Mulo af naar de Kunstacademie omdat ik een voorkeur had voor tekenen en schilderen boven de andere optie: de muziekschool. Het leren van muzieknootjes stond mij tegen.

Met bebloed hoofd en vernielde microfoonkabel
Mijn eerste band heette The Eagle Five. Het was zo tegen 1965. We repeteerden net als The Javelins in De Oliemolen aan de Oliemuldersweg en traden op met gehuurde spullen. Die eerste optredens zaten we ook nog keurig netjes in de kleding.

Onze presentatie werd snel veel ruiger. Zanger/slaggitarist Theo Haken ging het toneel op met een wilde Pretty Things-achtige act, waarbij hij zichzelf de zaal van het Krotje in lanceerde. Hij kwam met bebloed hoofd en vernielde microfoonkabel uit de zaal terug. In de pauze kon mijn neef, Joop van der Molen (ook slaggitaar) die vooral in de band zat om te solderen, eerst de kabels weer repareren. 

Maar het was niet alleen maar ruige muziek maken, maar ook pop art. Luidsprekerkasten en kleding werden paars geverfd. Ik ging op de bühne een keer door mijn enkel vanwege veel te kleine laarzen die ik overgeverfd had. Ik kapseisde onder het spelen en kon op eigen kracht niet meer overeind komen.

De meeste optredens vonden in het Krotje plaats en ook op meerdere locaties in Drenthe. Maar ook in Leek waar het plaatselijke publiek de voor de muziekkoepel staande struiken uit de grond rukte en op het toneel smeet. Daarna vloog de resterende kleigrond over de bandleden heen en werd de auto ook nog op zijn kant gezet. Men protesteerde en vond het allemaal veel te ruig. 

Saillant detail uit deze tijd is dat Ad solliciteerde bij Cuby & the Blizzards en een bedankbriefje van Harry Muskee terugontving met een aankondiging: Ads latere Soulution collega Hans Waterman zou hun nieuwe drummer worden. (GG)

Langs de autobahn
Na Eagle 5 kwam ik bij MAF terecht. Ik herinner in Concertzaal de Jong (ook wel Apollo geheten) in 1966 het hysterisch gillend publiek (zoals dat er toen bij hoorde) en de zaal die uiteindelijk zou veranderen in een grote puinhoop. De tafels en stoelen en glaswerk, alles ging aan gort.

Uit Maf ontstond Super Maf (voorjaar 1966 met o.a. Henk ‘Fransiscus’ Buurlage, Theo Haken en diverse drummers, en daar weer uit S 5 + 1 (Theo Haken, Henk ‘Fransiscus’ BuurlageJoop DouwmaWim de Vries), dus weer in deels dezelfde bezetting. Dat waren een stel mafkezen bij elkaar, die zullen bijna allemaal wel afgekeurd zijn geweest voor de militaire dienst op S5. 

Ik herinner me een situatie in Duitsland. Er was afgesproken dat we op een bepaalde plek aan een autobahn zouden gaan staan en vandaar met de opdrachtgever verder zouden reizen naar het eerste van een aantal optredens, maar ons daar afhalen was er niet bij. Ruim vijf uur hebben we er tevergeefs staan wachten en zijn uiteindelijk naar een dorp in de omgeving gereden met de vraag of we daar konden optreden, en zo is het gebeurd. 

We hebben er ook overnacht, Het was al met al zo’n teleurstelling dat Theo Haken op de autobahn terug naar huis demonstratief met zijn blote kont tegen de achterruit ging zitten. 

Dat was in de tijd van Tour 66. Daar speelden we ook vaak en daar is de bandfoto ook gemaakt. 

De hoofdschakelaar
Ik speelde in 1966 in drie en soms wel vier groepen tegelijkertijd. In Leeuwarden met het trio DAT samen met Bert de Jong met wie ik na een jaar van de kunstacademie gestuurd werd. Met DAT speelden we veel Small Faces-repertoire. DAT’s manager presteerde het om het trio op een avond op drie verschillende locaties verspreid in Friesland te laten optreden.

Ook deden we aan een talentenjacht mee met in de jury onder andere Ria Valk. De juryleden luidden vrij snel de alarmklok om ons optreden te laten beëindigen, maar daar kwam dus niets van in. We speelden gewoon door. Om toch een einde aan ons optreden te maken werd na rijp beraad de hoofdschakelaar in de meterkast omgedraaid en zat de hele hal in het donker.

Jeugdcultuur en rebellie
Ik speelde ook in The Spencers uit Assen en dat was meer Rhythm & Blues-muziek, we speelden veel Them-nummers. DAT en The Spencers speelden de populaire muziek van toen. Ook speelde ik nog kort in een beroepsorkest: The Thunderbirds. Die traden op in Frigge keurig in het pak. Het orkest was van twee Oostenrijkers. Maar dit heeft allemaal niet lang geduurd, dat was niets voor mij. Het ging mij vooral om de kick van het spelen, het ging meer om jeugdcultuur en rebellie dan om het geld. En om jonge meisjes die er hysterisch bij stonden te gillen (zoals bij The Beatles), dat hoorde er allemaal bij. 

Het condoom en de broer van Emile Ratelband
Ook viel ik in 1965 en 1966 wel eens in bij The Destroyers. In 1967 speelden The Destroyers vijf weken op Schiermonnikoog in Paal 3. De bezetting was: Herman Esschendal (slaggitaar), Siep Noorman (toetsen), Christian Schaeffer (sologitaar), Gert-Jan van Ederen (bas), Jacob Bruins (zang) en Gerard Groothuis (drums).

Ik kwam vrij plotseling vast bij The Destroyers te spelen (we zaten inmiddels bij elkaar op de Middelbare Detailhandelsschool) doordat Gert-Jan van Ederen van het een op andere moment niet langer in de groep mocht spelen van zijn ouders.

Dit kwam naast een matig overgangsrapport vooral door een pesterijtje van de ober van Paal 3, oftewel Chris Ratelband broer van Emile die er ook nog logeerde. De band sliep op de bovenetage met z’n allen in een afgetimmerde hoek op een zolder.
Gerard de drummer ontdekte een condoom in zijn pyama en bij een kritische blik in zijn omgeving bleek dat ober Chris zijn gezicht niet in de plooi kon houden. Vervolgens werd het door Gerard in de pyama van bassist Gert-Jan gedeponeerd die op zijn beurt de was later die week thuis afgaf, en hier werd het ontdekt. 

Van het een op andere moment zaten The Destroyers zonder bassist. Het engagement op Schiermonnikoog werd door mij afgemaakt en daarna werd ik hun vaste bassist. 

My Generation
Toen The Destroyers nog maar net bestonden konden ze heel plotseling zowat hun eerste optreden krijgen in Klazienaveen bij zaal Van Dijk (de ouders van Parnassus-pianist, Martin van Dijk). Het was een kerst- of nieuwjaarsbal van de plaatselijke dansschool, en The Who had net de hit My Generation.
Aangezien de kersverse Destoyers slecht ingespeeld waren en weinig repertoire hadden en bovendien hun bassist met de feestdagen niet mocht optreden werd ik uit nood ingehuurd samen met neef Jo.

Ik had bij The Eagle 5 geleerd van me af te bijten op het toneel, en terwijl de hele zaal keurig in het pak in de danshouding klaarstond zette ik My Generation in waarbij ik in het ruige tussenstuk op de knieën ging en de microfoonstandaard als strijkstok gebruikte. Er werden wat danspogingen gedaan, maar na het nummer kwam de dansleraar heel netjes vragen of we niet een foxtrot konden spelen. The Destroyers wister er eentje van het Cocktail trio en die hebben we die middag dan ook zeker vier keer gespeeld.

Nadat ik bij The Destroyers in Maart 1968 verschil van mening kreeg over nummers in het repertoire, stapte ik toen definitief over naar Soulution, nadat ik een eerdere aanbieding van Soulution om er vast bij te komen aanvankelijk genegeerd had.

Freakoutbluesrockandrollavantgardeclassicsoundensemble
Ook maakte ik nog deel uit van The Sunshine Express, dit gezelschap kwam voort uit de Jan Hekert Experience. Een van hen, Robbie Kauffman had wonderwel een platencontract geregeld bij Flame records. Met dit doel werden wij benaderd en werd The Sunshine Express opgericht en moesten we naar de studio. Theo Haken werd zanger, Sjors Molog gitarist, broer Harry drummer en ik speelde bas, aangevuld met vogels van diverse pluimage. Zelf omschreef men de band als: Freakoutbluesrockandrollavantgardeclassicsoundensemble,

Hoe we daar bij de studio gekomen zijn? In Friesland stond de politie midden op de weg en gaf ons een stopteken, maar wat doet die roady van ons. Die stopt eerst niet en vervolgens te laat en rijdt die agent aan. Die man hing aan de buitenspiegel. Toen was het helemaal mis: iedereen moest uitstappen, mee naar het bureau en na uren ondervragen en oponthoud begonnen we te zeuren. Hoe kunt u ons hier nou vasthouden, we moeten een single opnemen in de studio!?

De politie heeft ons na allerlei naspeuringen toch maar laten gaan en we kwamen na uren vertraging aan in de buurt van Amsterdam in een omgebouwde boerenschuur die doorging voor studio. De muzikanten, de meesten knetterstoned, lagen verspreid over de studiovloer en toen moest er ook nog even een single opgenomen worden.

Hoe ze het geregeld hebben is een raadsel, maar op een gegeven moment gaat eindelijk de rode lamp aan ten teken ‘band loopt’, Dus wij aan het inspelen en aan het eind van het beste nummer doe ik nog even op de bas: “vroeoeoeoemmmmm”. De geïrriteerde opnameleider kwam met een vuurrode kop uit de regiekamer stormen, en zei: GVD, Wil je dat nooit weer doen!!!???. Dat was al ver in mijn Soulutiontijd.

Over So(u)lution
Eerst waren we nog met zes man, maar niet veel later zijn Frits Lagerwerff (trompet) en Louis de Vries (zang) vertrokken. Daarvoor heette Soulution nog The Keys waarbij ik wel eens inviel voor Tonny Groenendal. Dat was meer Rhythm & Blues muziek, Georgie Fame-achtig.

Op het moment dat Rik Zaal en Appie Alberts weggingen, kwam ik er als bassist vast bij en werd de naam veranderd in Soulution (eerst met ou). Er moet nog een nooit uitgebrachte opname van Soulution zijn toen Frank de Graaf daar aanvankelijk nog zanger was. Daarna met ons vieren werd het meer de stijl van The Soft Machine. In de tijd van Soulution werd het muziek maken semi-professioneel. 

De keerzijde
In Amsterdam traden we meerdere malen op bij Fantasio en Paradiso, en daar zag je het verloop onder het publiek. Dit was eind zestiger jaren. In 1968 kwamen we er voor het eerst en een jaar later was het daar allemaal veranderd. De eerste keren waren de mensen enthousiast, toen luisterden ze en applaudisseerden ze. Binnen een jaar lag iedereen daar ‘out’ op de vloer. Weegschaaltjes met stuff in de vingers, er werd niet meer geapplaudisseerd, want iedereen was te stoned om nog boe of bah te zeggen. Zonde!

Het ontslag bij Soulution kwam van de ene op de andere dag, dat heb ik ze altijd kwalijk genomen. We hadden de avond ervoor nog gerepeteerd en de volgende dag belt Moeder Barlage op met de mededeling dat de jongens het niet meer zagen zitten langer met me door te gaan. Ik was zo verbouwereerd, ik heb de hoorn op de haak gegooid, want ik kon geen woord meer uitbrengen.

Jarenlang heb ik moeten gissen naar wat het nu geweest is, maar veel en veel later legt drummer Hans Waterman in zijn boek Drumsolo uit dat ze een ex-bassist van Focus konden krijgen, en die had gewoon meer naam dan ik en dus hadden ze mij aan de kant gezet. Deze bezettingswisseling ging echter helaas niet door voor de heren en ze hadden het lid op de neus. 

De meest creatieve periode
In het voorjaar (naar ik meen, 1 februari) van 1971 ben ik bij koffiebar Club 8 eerst als werknemer begonnen en na tweeëneenhalf jaar heb ik de zaak overgenomen van Harry Lanting. Toen begon ook de Highway-periode (Deze groep heeft tot eind jaren zeventig in wisselende samenstelling bestaan en is in de tachtiger jaren doorgegaan onder de naam Plot). Eerst met twee ex-Gang leden: Marinus Elzinga (gitaar), Frank de Graaf (zang), Harry Kooi (drums) en ik op bas en vanaf 1974 met Henk Kruijthof op gitaar. 

Hier zijn nog opnamen van bewaard gebleven. Dit strandde snel doordat een groot gedeelte van onze apparatuur uit de repetitie-ruimte werd gestolen. Later maakten Peter Bubeneck (gitaar) en Willem Veenhof (toetsen) deel uit van de groep en ook Steven Swart heeft kortstondig in 1976 meegedaan. Na mijn Club 8-tijd (in 1975) hebben we heel veel eigen werk thuis opgenomen. Ook bij de USVA namen we op zondag veel eigen werk op.

Eind 1977 begon ik bij Muziekhuis Hemmes. In die tijd gingen we met ons eigen werk naar Wobbe van Seijen (Universe label) in Leeuwarden met de vraag of we niet een lp konden maken. Hij zag het wel zitten, toen (1979) hebben we in een paar dagen tijd ergens in Friesland de langspeelplaat opgenomen. 

De meest creatieve periode is voor mij de tweede helft van de jaren zeventig geweest toen Marinus, Harry en ik elke week bezig waren nummers en teksten te schrijven, en daarvan heel veel opnamen. Ik was naast bassist ook zanger. Toen hebben we echt het meest van onszelf laten zien. Dat was Highway wat dus geresulteerd heeft in die lp, maar we hadden ook wel vijf elpees kunnen maken zoveel materiaal hadden we toen. 

Van voren af aan
De bandnaam werd daarna veranderd in Plot omdat de groep Highway al bestond. Het probleem was dat niemand wist wat en wie Plot was. We moesten weer van voren af aan beginnen.

De lp Boulevard Of Broken Dreams die we met Plot uitbrachten was jarenlang overal in de uitverkoop te vinden, en nu hoor ik laatst het verhaal van iemand van een platenzaak uit Leeuwarden dat dj’s uit Engeland bij hem zijn geweest om die plaat te kopen vanwege het intro van een van die nummers. Dit intro werd vanwege de ‘beat’ gesampled en veelvuldig gebruikt. Dus dan is het toch nog ergens goed voor geweest. 

We speelden wel in het voorprogramma van Pat Benatar in Paradiso en we maakten een tour door heel Nederland, maar na een paar weken zit je toch weer in diezelfde kroeg waar je al twintig jaar hebt opgetreden. Met andere woorden: eigenlijk weer niets opgeschoten.

Op een bepaald moment halverwege de tachtiger jaren waren we zo op alles afgeknapt dat we er mee zijn gestopt. Marinus zat inmiddels in Second Skin. Een grote handicap is dat je onder Nederlandse omstandigheden wat moet proberen op te bouwen, het is hier weinig professioneel. En een reden dat het mis gaat is vaak dat mensen die niet bij elkaar passen. Het is zo moeilijk om mensen te vinden die op dezelfde golflengte zitten, die dezelfde ideeën hebben. Omdat het zo’n emotioneel gebeuren is, die muziek, ligt het allemaal erg gevoelig. Mensen vinden die echt op één lijn zitten is zeldzaam. 

“Bloesje uit!!!”
Clean Willy was een coverband waarin ik speelde van 1985 tot 1992 (met broer Harry weer op drums, Marinus Elzinga op gitaar en Marijke Smallenbroek was de zangeres). We repeteerden in Roderwolde bij Marijke Mathot (zang en toetsen). Het was een funk-, soul- en rhythm & bluesgroep. 

Met Clean Willy hadden we een optreden in de Van Mesdag-inrichting aan de Hereweg waar het gedetineerde publiek stil en ongeïnteresseerd op een stoeltje zat te kijken, totdat de zangeres opkwam, en er luidkeels geschreeuwd werd: “Bloesje uit!!!” 

Ook speelden we op een bedrijfsfeest te Hattum voor een firma die grafzerken produceerde, waar we tussen de grafzerken moesten optreden. Hier zijn helaas geen foto’s van. Wel sloten we het optreden af met We’ve Got To Get Out Of This Place..

Direct Daarna kwam Smiling Windows (1992-1996) met Arthur Clarenbach op drums en Robert Wiersma op gitaar en zang. Met Smiling Windows speelden we in een zaak waar de uitbater voor het eerst met Live-muziek begon. Het publiek riep na ieder nummer om Pauze. Na drie nummers hield ik het voor gezien.

De boerenkar
Van 1998 tot 2000 speelde ik in de heavy metalband Vortex. Dit was een band waarvoor alles dat mis kon gaan ook mis ging. Het eerste optreden dat ik meedeed was geregeld door onze roady. Het was ergens in de provincie Groningen. Toen we er aankwamen was er alleen een boerenkar met wat apparatuur erop. De publiciteit was vergeten. Het enige publiek bestond uit de ander band die er ook op zou treden in het voorprogramma. Als wij stonden te spelen applaudiseerden zij, en andersom. Voor het optreden moesten we zelf nog even een bühne van de niet overdekte boerenkar zien te creëren, maar halverwege het opbouwen barste er een enorme regenbui los. Iedereen (en ook de apparatuur) was kletsnat. Toen de bui weer overtrok zijn we toch maar gaan spelen. Een aantal strobalen diende als opgang naar het toneel en die werden uit gramnietigheid tijdens ons optreden in de fik gestoken als een soort lichtshowtje. Maar… de rook blies recht de kar in richting de hoestende en proestende muzikanten die bijna stikten. Dat was het einde van het optreden. Na afloop kregen we koude bami, die later overal op het terrein is teruggevonden. Een verschrikking!

Het volume op nul
Vortex werd Wildrose en Wildrose werd weer Vortex. Er werden nog diverse cd’s opgenomen. Wildrose was vreselijk ‘heavy’ en dit was uiteindelijk de reden voor mij om er mee te stoppen vanwege gehoorproblemen. Ik repeteerde met watten in de oren en toen er veranderd werd van repetitieruimte werd het zo’n geluidsbrij, dat ik de band verzocht zachter te gaan spelen. Dit bleek onmogelijk en nadat ik een avond had mee-gerepeteerd met het volume op nul en dit niemand was opgevallen hield ik het voor gezien.

De organist
Daarna speelde ik van 2000 tot 2003 in een bluesband: Bluestrain. Dat was met Marcel Jasper op drums, Peter Krabbenbos op gitaar en Gerard Julsing was de zanger. Met Bluestrain hadden we auditie met een nieuwe organist die echter een totaal verkeerd geluid produceerde. Hij speelde en speelde maar door, en wij keken elkaar eens wat aan. Halverwege het nummer liet Gerard Julsing letterlijk zijn broek zakken, maar de organist dacht dat het bij onze act hoorde. Hij vond het toch ook niet zijn muziek.

Mijn voorlaatste band was Reflections (van 2003 t/m 2006). Daarmee hadden we een openlucht optreden in het Zuiderpark te Groningen (de chique buurt van de Oosterpoort) waar het publiek een eind verderop bij de bar stond, en geen enkele respons gaf tijdens ons optreden, waarna Ad in de John Lennon traditie meedeelde dat het publiek als ze te vermoeid waren om te applaudisseren ook wel met de Champagneglazen mochten rinkelen.

Daydream
Gisteren hebben we gerepeteerd met Daydream, waarin ik sinds 2007 samenspeel met Eddy Korma en Ger Strootker. We zijn nu een jaar bezig en iedere keer dat we optreden zeggen de mensen dat we beter geworden zijn, dus het groeit nog steeds. De kwaliteit moet er in slijten. Je bent er zo een jaar mee kwijt om een beetje op niveau te komen. 

Too Late To Stop
Thans (2007) is er ook nog een muzikale samenwerking met Marinus Elzinga (gitaar) en Dicky Gilbers (zang-piano) onder de naam Too Late To Stop.