U bent hier: Home Nieuws Plan Stadpark berust op drijfzand
© Tuppus
Plan Stadpark berust op drijfzand

Plan Stadpark berust op drijfzand

 
Datum: 15-07-2020

De businesscase voor het Stadspark als evenementenlocatie is boterzacht. Aannames zijn verontrustend optimistisch, de kans op positieve effecten is gering, het risico op een sof is enorm. Wij lazen de kleine lettertjes. Een analyse.

Het stadsbestuur droomt van het Stadspark als een evenementenlocatie waar de allergrootste wereldsterren 65.000 mensen of meer kunnen vermaken. Het is eerder vertoond. Op het concert van de Stones kwamen eind vorige eeuw 75.000 mensen af. Het was indrukwekkend. De drafbaan, omzoomd door bomen en een fraai uitgelicht Gasunie-gebouw was een sfeervolle concertlocatie. De businesscase verwijst naar dit concert en dat van Tina Turner kort daarop dat 55.000 bezoekers trok en komt tot deze conclusie: ‘Het bracht bij Groningers het besef dat Groningen een stad is waar je niet omheen kunt’.

Sorry dat we zo snel to the point komen, maar in dit zinnetje ligt de tragiek van het plan voor het Stadpark vervat: de organisatoren van grote concerten kunnen uitstekend om Groningen heen. Al dik 20 jaar.

De vraag is of dat gaat veranderen als het Stadspark voor bijna 2 miljoen euro een upgrade ondergaat die 12 grote evenementen per jaar mogelijk maakt, ten koste van de rust in het park (per concert moet je volgens het plan rekenen op 10 dagen op- en afbouwen) en ten koste van de drafbaan.

Volgens de bussinescase zouden er maar weinig geschikte locaties zijn in Nederland voor dit soort topacts: het Goffertpark in Nijmegen, het Zuiderpark en het Pinkpopterrein, daarnaast De Kuip in Rotterdam en de Arena in Amsterdam. De conclusie dat de markt voor topacts aardig verzadigd lijkt, wordt niet getrokken maar ligt wel voor de hand.

Waarom? Voor artiesten zal het weinig uitmaken waar ze spelen, ze reizen toch al rond, 200 kilometer noordelijker of zuidelijker maakt ze niks uit. Hetzelfde geldt voor de fans. Toen Metallica vorig jaar in Amsterdam speelde, sprong half Noord-Oost Friesland in de auto om de dampende show in Amsterdam mee te maken. Voor het door corona afgeblazen concert van Green Day in het Stadspark waren zelfs kaarten verkocht in Azië, Zuid-Amerika en de USA, aldus het plan. Oftewel: de mensen komen niet voor Groningen, ze komen voor de artiest.

Grote vraag is dus of artiesten naar Groningen willen komen. Niet dat de artiesten niks te willen hebben, maar een flink deel van de planning ligt in handen van organisatoren als Mojo.

‘Afspraken met organisatoren kunnen worden gemaakt voor de lange termijn’, staat er in het plan. Dat is dus maar de vraag. Mojo redt zich al jaren prima zonder het Stadspark, het is onwaarschijnlijk dat het bedrijf zich voor de lange termijn vast wil leggen voor wat dan ook, zeker in een tijd dat een onbekend virus wereldwijd het vliegverkeer lam blijkt te kunnen leggen. Oke, een convenant of een intentieverklaring zal er heus wel afkunnen, maar daar kan iedereen vanaf als het moeilijk wordt.

De businesscase gaat verder uit van een optimale upgrade, zodat ook de Bruce Springsteens en Beyoncés van deze wereld in Groningen terecht kunnen. Met deze upgrade is een investering van van 1.8 miljoen euro gemoeid. Die kosten zouden in 15 jaar terugverdiend kunnen worden, is de verwachting in de businesscase, omdat een hogere huur gevraagd kan worden. Mojo staat te juichen bij deze ontwikkeling. Logisch! Mojo is geen filantropische instelling en zal zeker proberen de concertlocaties tegen elkaar uit te spelen om zo een zo scherp mogelijke huurprijs af te dwingen. Zeker omdat artiesten steeds vaker een groter deel van de opbrengst uit kaartverkoop opeisen.

Zo staat er meer opmerkelijks in het plan. Om de jaarlijkse exploitatiekosten en de terugbetaling van de investering rond te krijgen, moet er jaarlijks in elk geval 365.000 euro binnenkomen. Om dat binnen te harken moet er ieder jaar, vijftien jaar lang, een topact voor het Stadspark kiezen. Daarnaast zijn er vier grote evenementen nodig die rond de 50.000 mensen trekken. En dan nog eens vier die 25.000 trekken. En dat dan in een seizoen dat het niet vriest of de helft van de tijd regent.

Maar daarmee zijn we er nog niet, blijkt uit het plan: ‘Van belang (…) is niet alleen de locatie zelf, maar ook de omgeving mee te nemen in de verdere planvorming: dus (…) ook aandacht voor parkeren en OV’. Oftewel, als de raad kiest voor dit plan dan zwemmen de leden in een fuik: er zijn nog heel veel meer investeringen nodig. Hoeveel die gaan kosten is een raadsel.

Wie moet dit varkentje wassen? Een accountmanager. Hoe? Het businessplan komt niet veel verder dan ‘ervoor gaan’: ‘Het succes van een locatie valt of staat bij aandacht en ‘ervoor gaan’. Deze aandacht kan in Groningen door een accountmanager Drafbaan worden geleverd; iemand die zich hard maakt voor de locatie’.

Lang verhaal kort. Groningen staat op het punt tenminste 2 miljoen te investeren in een project dat jaarlijks bijna vier ton moet genereren met een beperkt aantal giga-evenementen, aangetrokken door een accountmanager ‘die ervoor gaat’ in een markt die redelijk verzadigd is.

Het Groningse stadsbestuur lijkt te hopen dat aanbod vanzelf vraag genereert. In een gezonde economie werkt het doorgaans andersom.

Door Bram Hulzebos

Bron: Groninger Gezinsbode van 15-07-2020