Overzicht

Periode: 1963 - 1966
Status: gestopt
Plaats(en): Groningen
Genre(s): instrumentaal, rock 'n' roll

Zoek in site

U bent hier: Home Acts The Jaguars

The Jaguars

Onderstaande tekst komt voort uit een dubbelinterview op 8 maart 2011 door Gerard Groothuis met twee bandleden van het eerste uur van The Jaguars, Bert Hollander en Arend Huizinga. De geschiedenis van The Jaguars is nauw verweven met die van een aantal andere Groninger bands uit de jaren zestig. Zij figureren dan ook prominent in het verhaal.

De kennismaking
Bert Hollander en Arend Huizinga leren elkaar op jonge leeftijd kennen bij jeugdclub ‘Bosvolk’. Na hun 12e jaar promoveren ze naar ‘Vrije Vogels’, beide in de Violenstraat te Groningen. Bert en Arend, maar ook Reinie Hoofd werken er gezamenlijk mee aan een toneelstukje en hier is het dat Bert, die aanvankelijk op accordeonles zit, onder invloed van vooral The Shadows een van zijn eerste gitaarnummers voor publiek speelt: Wheels. Hij is dan ongeveer 13 jaar.
Berts eerste ‘solid-body’ gitaar is een Unicorn die hij van Willem Pikkert overneemt. Pikkert op zijn beurt speelt met Arend (gitaar) en Jan Stuivenberg (drums) in The Yellow Devils. Ook Bert speelt wel eens mee. De zakelijk uitziende gitaar wordt door Berts broer Harry wat blitser gemaakt met twee kleuren plakplastic.

Eerste bezettingen
Bert gaat samen met broer Harry nu definitief over van accordeon op gitaar. Hun grote voorbeelden zijn The Shadows en hun eerste band noemen ze The Red Shadows, met broer Harry op bas, Geert Ritsema op drums en Wim Wiegman op slaggitaar. Dat is in 1960, de band blijft ongeveer een jaar bestaan.
Nadat Arend en Jan in 1961 uit The Yellow Devils zijn gestapt gaan ze bij Bert en Harry Hollander thuis op de zolder van de bovenwoning repeteren boven de door hun ouders gerunde chocolaterie ‘Het Bonbonhuisje’ in de Herestraat. De nieuwe band, genaamd The Apachies, is door Bert opgericht en vernoemd naar de bekende Shadows-hit van het najaar daarvoor. Ten behoeve van het Shadows-geluid wordt een Amroh galmveer aangeschaft waarmee je een holle badkamer-echo kan creëren.

Vervoer
Er wordt in het begin vooral opgetreden tijdens talentenjachten in dorpjes op het platteland, in Concertzaal de Jong en één keer in ’t Krotje. Transport in Stad en Ommelanden gaat meestal per bus, en vanaf de halteplaats lopend verder met apparatuur en al. Een enkele keer rijdt één van de vaders of een oudere broer met nieuw verkregen rijbewijs. Bij aankomst wordt vooraf meteen overlegd met de organisatie over de speelduur, dit in verband met de laatste bus naar huis. Soms gaat het ook wel eens mis: op weg naar een talentenjacht in Leeuwarden stapt de band in een treinstel dat niet verder blijkt te rijden met als gevolg dat ze veel later pas arriveren.
Bij talentenjachten gooien ze hoge ogen met het nummer Tamara van de Haagse beatband ZZ & de Maskers, want dit valt goed in de smaak bij de over het algemeen wat oudere juryleden. Maar eenmaal op het platteland gaat de eerste prijs meestal naar een familielid, plaatselijk bekende of leerling van één der juryleden. 
Jan Stuivenberg blijft twee jaar en repeteert nog een keer met de nieuwe zanger Daan ‘Danny’ de Koe, maar verlaat The Apachies in 1963 en wordt opgevolgd door Hans Waterman.

Danny + The Apachies = Danny & his Jaguars
De vernieuwde band heet vanaf dat moment Danny & The Apachies maar spoedig daarna verandert de naam in Danny & his Jaguars. In het repertoire zitten covers uit de Top-40. De onderlinge rivaliteit tussen Groninger bandjes is groot. Tijdens optredens in ‘t Krotje staan vaak de nodige collega-muzikanten uit de Groninger scene in de zaal, die met pen en papier in de hand de gitaarakkoorden van de nieuwste nummers afkijken en noteren.

Zo repeteert de band ook een keer in de woonkamer. Collega-muzikanten die voorbij komen tijdens hun rondje door het centrum worden verrast door een spetterende repetitie-performance achter het voorraam. Wat ze echter niet weten is dat de muziek, in dit geval van The Spotnicks uit Zweden, rechtstreeks van plaat komt en er fanatiek voor het raam wordt geplaybackt in de hoop dat het gerucht zich zou verspreiden dat in de Herestraat een fantastische band repeteert.
De ambitie is dus groot bij de diverse stad-Groninger bands en daarom staan vele opties open. Allerlei muzikanten repeteren met elkaar, passeren de revue en kunnen met vele bezettingen in verband worden gebracht.

Bandecho
The Rocking Tigers, toen nog Little John & the Rocking Tigers, zijn toonaangevend en hebben alle mooie apparatuur als eerste. Enerzijds dankzij hun manager Harm van der Lei die een radiozaak heeft aan de Oosterweg, maar ook dankzij de vader van Reinie Hoofd (‘Pa Hoofd’) die de band van zijn zoon geweldig vindt en ook altijd van de partij is. Als er iets nieuws aangeschaft moet worden, regelt hij de financiering.

The Jaguars willen ook niet achterblijven en voor het optimale geluid een Dynacord Echocord Super aanschaffen. Moeder Hollander, die ook een zwak heeft voor de hobby van haar zoons, wordt gepolst wat de mogelijkheden zijn.
Ze stelt de jongens voor ‘s avonds met de bus af te reizen naar hotel Westerbroek om daar te gaan werken in de afwaskeuken, wat uiteindelijk na maanden 500 gulden oplevert. Wanneer dit bedrag trots op tafel ligt, doet moeder de resterende 500 gulden erbij, een fenomaal bedrag in 1963.
Maar zegt ze er waarschuwend bij: “Nou , vooruit dan maar… maar eh… nou  is’t klaar hè!!” "Jazeker, dan hoeven we nooit weer!", is het antwoord van de jongens, maar van het een komt het ander.
Mevrouw Hollander maakt ook eigenhandig de zeer luxe en blitse blauwe buhnecolberts  met zwarte revers voor ‘dans en showorkest: Danny and his Jaguars’.

Wisselingen
Rond 1964 krijgt Harry Hollander verkering en stopt met de band, Reinie Hoofd vervangt hem tijdelijk op bas. Hans Waterman blijft ongeveer anderhalf jaar tot december 1964, maar gaat daarna naar een door Reinie Hoofd opgerichte nieuwe band, The René Five.
Ze worden vervangen door de gebroeders Molanus: Ben(ny) Molanus op drums en Wim Molanus op bas. Het eerste optreden met de nieuwe bezetting vindt plaats in De Heerd in de Agricolastraat. Na verloop van tijd biedt Vader Molanus Benny een geldbedrag aan en hij mag kiezen: of een nieuw slagwerk, of een brommer. Benny kiest voor een brommer, tot ontluistering van een woedende Bert Hollander, die met zijn broer Harry maandenlang in de spoelkeuken van Hotel Westerbroek heeft gebuffeld om hun band vooruit te helpen. Voor Bert, bandlid van het eerste uur, is dit de spreekwoordelijke druppel en hij vertrekt in 1965.

Hans Waterman heeft zich inmiddels aangesloten bij de nieuwe formatie van Reinie Hoofd en bedenkt de naam The René Five. Omgekeerd verlaat Frans de Witt na een tijdje The René Five om sologitarist te worden bij The Jaguars na het vertrek van Bert Hollander aldaar. Diezelfde Bert sluit zich vervolgens weer aan bij The René Five.

Einde
De diverse bezettingswisselingen komen de stabiliteit en continuïteit van The Jaguars niet ten goede. In 1966 stappen zowel de broertjes Molanus als Frans de Witt op. In december van dat jaar moet enig origineel overgebleven bandlid Arend Huizinga in militaire dienst. Het is de genadeslag, en het doek valt vrij snel daarna voor The Jaguars.

Gedurende het bestaan van de band is veelvuldig in met name het noorden opgetreden. Bij Dommering in Winschoten, Boelens te Annen, Parkzicht te Veendam, Hofsteenge en Kuiper te Rolde, Ratering te Eext, Onder de Linden te Roden, Centrum Theater te Sappemeer, Het Wapen van Hoogkerk etc. Feitelijk heeft bijna ieder dorp zijn eigen dancing en The Jaguars stonden op bijna al die podia. Het levert prachtige verhalen op.

Anekdotes
Zo krijgt Hans Waterman eens bij een optreden in Augustinusga ruzie met de baas van de zaal maar de band klinkt toch zo goed dat er een avondoptreden wordt ingelast. Ook De Wama’s, de Mounties en de jonge en bevallige Millie Scott treden er op en het ontgaat de jonge muzikanten niet dat Millie zich vervoegt achter een gordijn. De 17-jarige Arend is op dat moment juist een nieuwe snaar op zijn gitaar aan het zetten en bezig deze op stemming te draaien. Hij is echter zo gebiologeerd door haar roze ondergoed dat hij door een kier in het gordijn kan zien, dat hij niet oplet en de snaar zover opdraait dat deze knapt.

Af en toe wordt ‘s nachts na afloop van de optredens op weg naar huis het zweet afgespoeld in het openluchtbad te Tynaarloo of klimmen de jongens via het dak van het VW-busje over het hek van de Papiermolen om daar te verfrissen.

Ook de apparatuur leidt soms tot de nodige taferelen. Dynacord is een topmerk, maar menig zangzuiltje van Dynacord laat het leven doordat er indertijd geen eenduidige aansluitnorm is en de zogeheten ‘bananenstekkers’ regelmatig rechtstreeks in het stopcontact verdwijnen en de luidsprekers zo worden opgeblazen. Zo ook een keer door Benny Molanus tijdens het opbouwen in het Krotje. Vader Molanus, de vermoedelijke financier, ontploft en zit Benny met de paraplu achterna door de ouderlijke woning.
En tijdens een show in Het Wapen van Hoogkerk zit Benny achter de drums op een hoog drumpodium op een Premier drumkruk. Deze constructie is niet erg betrouwbaar, want twee van de drie poten haken -  ‘volgens het ontwerp’ - achter een knopje aan weerszijden van de zitbuis. Op een gegeven moment stokt het ritme en blijkt bijna het hele drumpodium leeg: Benny Molanus was achterover gevallen en had in een reflex geprobeerd zijn drumstel vast te grijpen, maar viel met drumstel en al in de diepte. Het leek een heuse imitatie van The Who.

En zo zijn er nog vele kleurrijke verhalen te vertellen. Of zoals Bert Hollander het aan het eind van het interview stelt: “Jongens, wij hebben een rijke jeugd gehad!”