#  A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z 

Robb Kauffman

Robert Peter Kauffman, beter bekend als Robb Kauffman, is geboren en opgegroeid in de Oranjewijk in Groningen. Kauffman is als programmeur en organisator al vanaf de jaren zestig actief betrokken bij culturele activiteiten in Groningen.

Hij begint zijn muziekcarrière als programmeur bij beatclub Tour’66 in de Gelkinghestraat, waar groepen als Cuby & the Blizzards, Q’65 en de Outsiders optreden. Ook is Kauffman in de jaren zestig initiatiefnemer van de Provadja? beweging in de stad en organiseert hij concerten en festivals, zoals die van Fleetwood Mac in de Korenbeurs en Fairport Convention en Soft Machine in de Harmonie. Hij haalt internationale namen als Pink Floyd en Velvet Underground (in Concertzaal de Jong), The Byrds en Rod Stewart (Martinihal) naar de stad.

Eind 1960 opent het roemruchtige jongerencultuurcentrum Chappaqua zijn deuren, waar wederom Robb Kauffman mede-initiatiefnemer van is. Kauffman zet zich ook in voor openluchtfestivals in Groningen. Zo is hij organisator van het eerste openluchtpopfestival Grazige Weiden in 1967 in het Stadspark te Groningen en coördinator/programmeur van de Groninger Zomermanifestatie, met als belangrijk onderdeel de popfestivals Sterren in het Bos en Sterren in het Park. Bij laatsgenoemde is Kauffman 20 jaar lang betrokken geweest.

In de jaren 1980 is hij de oprichter van Stichting voor Pop Groningen en programmeert hij optredens van onder meer Ramones, The Jam, Sex Pistols en Talking Heads in Huize Maas, The Stranglers in de Evenementhal en Captain Beefheart in de Stadsschouwburg. Robb Kauffman staat als organisator aan de wieg van de hedendaagse festivals Noorderslag en Noorderzon.

Kauffman heeft naast dit alles nog vele andere muziekactiviteiten op zijn naam staan, zoals bassist/manager zijn bij de band Subway en het duo Paul & André, disc-jockey in diverse clubs, organisator van Kunstbende Groningen. Ook wordt hij lid van de Adviesraad Cultuur van de gemeente Groningen.

Kauffman is onder meer hoofdredacteur van het cultuurmagazine Cultimo en agogisch medewerker van een asielzoekerscentrum en orthopedagogisch centrum voor verstandelijk gehandicapten. Tevens is hij voorzitter van wijkcentrum De Karre en columnist bij de Groninger Stadskrant.

Website: Robb Kauffman
_____

Onderstaand bijdrage is een bijdrage van Jacob Haagsma in het kader van 20 jaar Noorderzon. Het betreft een interview met Robb Kauffman over zijn muziekcarrière en zijn betrokkenheid bij dit festival.

’Noorderzon heeft het beste popfestival gekilled dat Groningen ooit gehad heeft’, zegt Robb Kauffman. Al te warme gevoelens heeft hij niet voor Noorderzon. Ook al was hij bij die alleerste Noorderzon-editie in 1991 verantwoordelijk voor de muziekprogrammering. Maar dat is de korte versie van het verhaal. De uitgebreide versie gaat over een lange traditie, en een mooi stuk Groninger popgeschiedenis: de muzikale zondagmiddagen van de Zomermanifestatie.

Hij is toevallig, voor het eerst in een jaar of vijftien, weer aan het organiseren geslagen. Als we hem spreken is het een paar dagen voor ‘Krachtvelden’, een kleinschalig popfestivalletje in de Korrewegwijk, opgezet met geld dat beschikbaar was omdat het hier een ‘Vogelaarwijk’ ofwel ‘Krachtwijk’ betreft.

’Eigenlijk doe ik dit per ongeluk’, zegt Kauffman, voorzitter van het Floreshuis. ‘Maar toen ik de riders, de wensenlijstjes, van sommige bands zag, was ik er al weer flauw van. Dat deed me denken aan een van de laatste concerten die ik organiseerde, van Fleetwood Mac in de Martinihal. Toevallig was die band ook een van de eersten die ik deed, maar wat was er veel veranderd. Elk bandlid had zijn eigen manager, en die moesten allemaal dure wijn en bijzondere whiskeys hebben. Moest ik de halve stad voor afsjouwen. Toen bleek dat de bandleden zelf helemaal niet dronken, en de bus nog vol zat met drank uit Zwitserland.’

Robb (dat is kort voor Robbie, zoals hij jarenlang door het leven ging) Kauffman organiseerde als broekje van nog geen twintig al concerten in Groningen. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig ging het om bands als Fleetwood Mac, Soft Machine, Pink Floyd en The Byrds, in de punktijd gevolgd door The Ramones, Talking Heads en Sex Pistols. En hij stond mee aan de wieg van het beroemde popfestival Noorderslag. ‘Dat deed je omdat het moest. Captain Beefheart bijvoorbeeld, dat moest echt. Ook al was er in Groningen geen zaal beschikbaar. Dan gingen we maar naar Roden.’

Verder deed hij de muziek voor de Zomermanifestatie, in de jaren zeventig ontstaan uit de wens om de Groningers ook in de hete zomermaanden niet van cultuur verstoken te laten zijn. ‘De Oosterpoort en de Stadsschouwburg gingen dicht, de hele stad lag plat. Terwijl lang niet alle Groningers met vakantie waren, natuurlijk.’

Meest aansprekende programma-onderdeel: de muziek. Eerst was er Sterren In Het Bos, in het Sterrenbos. En vanaf 1984, toen de boel daaruit groeide, Sterren In Het Park, naar de nieuwe locatie in het Stadspark. Steevast vier gratis toegankelijke, zomerse zondagen vol hippe bands, die duizenden mensen lokten. ‘Ik lees wel eens dat Noorderzon is ontstaan uit een kleinschalig muziekfestivalletje’, zegt Kauffman, ‘maar op een goede dag trokken we zo tienduizend man. Die Sterren hebben voor veel mensen nog altijd een magische klank.’

Goed, dan Noorderzon. Want het bestuur van de Zomermanifestatie vond de nadruk op muziek eigenlijk te groot, en wilde de boel breder trekken. ‘Toen kwam De Parade erbij. Dat was een kant en klaar product dat je inkocht, een rondreizend festival dat zijn ding al deed. We hadden daar zelf ook een podiumpje, maar meer dan een kleine inbreng was het niet.’ Dat was allemaal op de speelweide van het Noorderplantsoen. Intussen bleef de zondagmiddagprogrammering van Sterren In Het Park ook gehandhaafd, maar dan gespreid over de stad: twee keer in het Stadspark, een keer aan het Hoornse Meer en een keer in het Pioenpark, in de Oosterparkwijk. ‘Die waren nog best goed bezocht, hoor. Vooral het Hoornse Meer was natuurlijk een prachtlocatie.’

Kauffman werkte dat eerste jaar samen met Marcel ’t Sas, werkzaam bij het Kunstencentrum, die de boel coördineerde. Als zodanig was het duo ook actief bij de Bevrijdingsfestivals. ‘Marcel zat dan in zo’n soort kampeerwagen’, weet Kauffman nog. ‘Nee, wij waren niet het best samenwerkende duo denkbaar.’

Na dat eerste jaar ging het roer nog verder om, richting theater. ‘En daar hoefden ze mij niet voor te vragen, dat was duidelijk.’ Voor zijn zondagen vol muziek kreeg hij niet langer subsidie van de gemeente. ‘Ik heb de afwijzingsbrief nog, ondertekend door Pim van Klink die toen hoofd van de dienst cultuur was.’ Desondanks liet hij de kop niet hangen. Nog een jaar of drie ging hij door met zijn eigen Zomermanifestatie, tot de koek, vooral in financiële zin, op was. Niet meer te behappen.

’We deden het voor veertig-, vijftigduizend gulden, vier zondagen lang. Moet je je voorstellen, voor Krachtvelden had ik met een plannetje van vijf regels zo vijftigduizend euro binnen. Aan de andere kant moet je aan veel meer eisen voldoen. Van die vijftigduizend kan ik vijfduizend euro naar de beveiliging sjouwen, weet je wel. Hadden we vroeger niet, ik heb één keer van iemand een mes afgepakt. En tja, over geld. Na die eerste keer kreeg Noorderzon een directeur, hè, en je weet: als er ergens directeuren werken gaat het geld kosten. Ik zat wel eens een jaartje in een werkverruimende maatregel, zo regelden we dat. Ik heb het grote geld niet verdiend, het was allemaal low-budget.’

Het is niet zo gek dat Kauffman nauwelijks enige betrokkenheid voelt bij het huidige Noorderzon. ‘Ik ga er niet rondlopen, ja, misschien met mijn zoontje. Het hinkt een beetje op twee gedachten, inhoudelijk is het een redelijk elitair theaterfestival en tegelijkertijd is het een flaneergebeuren waar iedereen geweest moet zijn. Dat gedoe met reserveringen en kaartjes vind ik ook niks. Ik doe liever zo’n gratis toegankelijk festivalletje.’

Maar er is nog iets met Noorderzon, voor een jongen die vlakbij het Noorderplantsoen opgroeide: in de Oranjewijk. ‘Juist daarom heb ik een heel andere perceptie van dat park. Van mijn grootouders, die in de Graaf Adolfstraat woonden, hoorde ik verhalen over de oorlog, en wat zich met de Duitsers in het park afspeelde. Wij haalden het niet in ons hoofd om ’s zomers rond die maffe vijver te zitten, echt niet.’