#  A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z 

Gerhard Jansema

Gerhard Jansema werd bekend als Gerry van de Groninger beatgroup Gerry and the Mads. Ook speelde hij in X-Ray, Resound, Shindig en werd hij later bekend als Eric Soling.

Hier volgt Jansema’s eigen weergave van zijn muzikale carrière.

In het stad-Groningse uigaansleven musiceerden na de oorlog veel muzikanten. In de café’s waren dat meestal bezettingen met accordeonist en drummer. Eind jaren vijftig kwam de rock ‘n’ roll als een orkaan over het land. In 1962 kwamen The Beatles en weldra ruilden veel van de Groninger bands hun ‘Cliff & The Shadows’-repertoire in voor de Merseybeat. Ik reisde, zoals zoveel jongens, soms als hulpje met bandjes mee, onder andere naar Duitsland. Ik wilde ook wel zoiets.

In de zomer van 1965 kwam ik in de Sophiastraat terecht bij muziekwinkel Heilkema. De zoon Fokko Heilkema repeteerde met enkele jongens in de kelder van pa. Hier leerde ik behalve Fokko ook Reinie Bisch, Johan Kopp, Jacob Hofman en Age van der Velde kennen. Wij noemden ons Gerry and the Mads. Op het visitekaartje werden onze Hollandse namen ‘verengelst’ omdat die niet interessant genoeg klonken. In die tijd waren eigen nummers ook helemaal niet belangrijk. Je moest bekende nummers spelen en dus deed je je best om zo goed mogelijk het geluid van The Beatles, The Stones en The Kinks te benaderen. Had je bijvoorbeeld de ‘nieuwste’ van de Dave Clarck Five, dan was je mieters!

In het Sophiahuis mochten wij op een zondagmiddag repeteren. We hadden ongeveer twintig nummers op ons repertoire en er kwamen zo nu en dan mensen kijken. De stedelijke tam tam was geweldig, veertien dagen na deze repetitie kwamen er een stuk of vijftig teenagers op een nieuwe repetitie af. Dit waren vooral jonge meiden uit alle delen van de stad. Ze konden immers gratis dansen en zo ontstond er een bescheiden fanclubje.

Op 1 januari 1966 traden wij op in de 007 club van bioscioop Milius in Sappemeer. Net als de meeste bandjes huurden wij een VW-busje van garage Gall in de Violenstraat. Nadat de drummer ermee ophield vonden wij een repetitieruimte in een school aan de Kromme Elleboog (nu de Pintelier). We speelden één keer per maand op zondagmiddag in Ter Apel bij uitgaanscentrum Schot, in ‘t Wapen van Hoogkerk, in de Flintstonebar in de Gelkingestraat, in sociëteit Vera in de Oosterstraat (waar wij eens als een levend zebrapad fungeerden voor dronken studenten) en natuurlijk in ‘t Krotje in Helpman (een must). Verder speelden we veel in Midwolde en in zaal Pruim te Zevenhuizen als voorprogramma van de protestzanger Armand (’Ben ik te min’). We gingen ook regelmatig over ‘de greppel’en speelden o.a. in Holthusen bij Weener in café Hans Becker, Norddeich, Emden en Westerstede.

In 1967 kregen wij een contract van studenten om vijf achtereenvolgende zaterdagavonden in hun club ‘Daddle Doofy’ te komen spelen. Dat was in Apollo, Concertzaal de Jong aan de Hereweg. Nu staat er een supermarkt.

De laatste avond was bijzonder. Wij moesten van 23.00 uur tot 01.00 uur spelen. Daarna kwam er een ‘verrassing’ dus moesten wij zo snel mogelijk onze spullen van het podium halen. Terwijl wij dat uitvoerden kwam er een langharige, Drents sprekende man in popartkleding op mij af. Of hij mocht beginnen met het opstellen van het instrumentarium. Het was Eelco Gelling, een naam die nu bijna legendarisch is. Een half uur later kregen wij de groeten uit Grolloo; Cuby & The Blizzards beheersten het podium. Wij waren totaal onder de indruk. Eind 1967 ben ik een poos gestopt met de muziek.

In 1970 schreef ik een nummer over de PTT. Dat werd uitgezonden in ‘Midweek’(VARA TV). In 1973 werd ik gevraagd door The X-Ray. Een band uit Sappemeer. Een jaar later kwam ik in contact met het top-veertig-orkest Resound uit Yde-De Punt. We speelden toen in het hele noorden (soms in Duitsland) met fantastische muzikanten uit Chili. Vooral in de Gouden Leeuw te Zuidlaren zaten we in veel programma’s met bekende artiesten uit binnen- en buitenland.

In 1977 werd ik benaderd door het orkest Shindig (genoemd naar een nummer van The Shadows). Tot halverwege de jaren tachtig speelden we voornamelijk in de drie noordelijke provincies.

In hetzelfde jaar won ik een wedstrijd: ‘De Noord-Nederlandse André Hazes’. Deze wedstrijd werd gehouden in de stad. Daarna kreeg ik een contract aangeboden door Bert Tinge (Special Sound). De eerste single die ik vervolgens uitbracht onder de naam Eric Soling, ‘Is er dan niemand’, werd een hitje in het noorden. Radio Noord kreeg in de eerste tien weken na de release veelvuldig verzoekjes om het nummer. Met het tweede plaatje ‘Nathalie’ kwam ik op NCRV-TV in het programma ‘Kwistig met muziek’. Ook verscheen een van mijn nummers op een LP met andere noordelijke artiesten.