U bent hier: Home

Oorlog en bezetting en de jazz/muziek in Nederland

Geplaatst op 2015-04-30 16:37:59

1939-1945: Oorlog, Bezetting en Bevrijding

Uit: 'Ratten op de trap'

door Herman Openneer en Bert Vuijsje

De jaren van oorlog en bezetting vormen voor de jazz in Nederland een periode vol dramatiek en paradoxen. De joodse musici, die voor de oorlog een belangrijke rol hebben gespeeld in de Nederlandse jazz en dansmuziek, worden in de loop van 1941 uit het openbare leven – en dus ook uit de jazz- en dansorkesten – verdreven. Velen van hen worden gedeporteerd en in de Duitse vernietigingskampen vermoord.

De aanvoer van jazzplaten uit Engeland stokt in 1939, en begin 1940 haasten de Nederlandse jazzliefhebbers zich de platenwinkels leeg te kopen

De Duitse bezetter verbiedt het spelen van Engelse en vanaf december 1941 ook Amerikaanse muziek (na de Japanse aanval op Pearl Harbor.

In 1942 vaardigt het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten zelfs een gedetailleerd Verbod van negroide en negritische elementen in dans- en amusementsmuziek uit.

In de loop van 1941 wordt het de joden in Nederland verboden in het openbaar op te treden. Voor de joodse muzikanten komt dit neer op een speelverbod. Zo verdwijnen de Groninger trompettist Sem Nijveen en saxofonist Sal Doof in juni 1941 uit The Ramblers.

Na de Duitse inval in Rusland, in juni 1941, wordt in Nederland een dansverbod afgekondigd.

In het voorjaar van 1942 wordt het Nederlandse muzikanten verboden Engelse titels en orkestnamen te gebruiken

Nederlandse musici mogen het woord ‘jazz’ niet meer gebruiken om hun muziek aan te duiden. Ook is een lange reeks met name genoemde jazz-effecten voortaan verboden: ‘de toepassing van den “growl” op koperen blaasinstrumenten’, ‘het zogenaamd “scat”-zingen’, ‘de toepassing van “hot”-intonaties’, ‘alle toepassing van ostinate “licks” en “riffs”, meer dan driemaal achtereen voor een solist, meer dan zestienmaal achtereen voor een sectie.

Nu het Nederlanders officieel is verboden jazz te spelen, leggen sommige jazzmusici zich toe op de ‘Hawaiian Swing’, die een grote populariteit bereikt.

De joodse musici worden, net als de overige Nederlandse joden, vanaf juli 1942 opgeroepen voor deportatie. Sommigen duiken onder, zoals violist-trompettist Sem Nijveen. Die andere violist uit Groningen, Benny Behr, belandt laat in de oorlog in het ‘Durchgangslager Westerbork’ en wordt daar op 12 april 1945 bevrijd.

Jack de Vries, bassist en voor de oorlog leider van de in heel Europa beroemde ‘Internationals’, overleeft Auschwitz doordat hij in een kamporkest speelt.

De Nederlandse jazzliefhebbers draaien thuis de platen uit hun vooroorlogse collecties en organiseren af en toe in besloten clubverband lezingen-met-platen of huisfeestjes met amateur-orkesten.

Voor de beroepsmuzikanten in Hilversum dreigt in 1944, net als voor alle andere Nederlandse mannen tussen de achttien en veertig jaar, de Duitse Arbeidsinzet. Helmut Zacharias waarschuwt zijn Nederlandse collega’s enkele malen dat een razzia op til is (en moet dat bekopen met overplaatsing naar het Oostfront).

Na Dolle Dinsdag (5 september 1944) desintegreert de Nederlandsche Omroep. Bij de grote razzia van oktober 1944 in Hilversum belanden de meeste radiomusici ten slotte toch in het kamp Amersfoort

De bevrijding op 5 mei 1945 schept terstond nieuwe werkgelegenheid voor de Nederlandse jazz- en dansorkesten.

Na de bevrijding ontstaat enige opschudding rond The Ramblers van Theo Uden Masman en de orkestleiders Ernst van ‘t Hoff en Dick Willebrandts, die collaboratie met de bezetter wordt verweten.

Link naar het hele artikel: http://www.jazzarchief.nl/nederlandse-jazzgeschiedenis/1939-1945-oorlog-bezetting-en-bevrijding/

In het filmpje, de uit Groningen afkomstige joodse topmuzikanten Bennie Beer en Sem Nijveen die de oorlog overleefden, samen met Cor Steijn in een show na de oorlog.